www.voetsporen.net
Start: Uciechów
Eind: Wildkampeerplek vlak voor Walim, in een veld, net over een beekje.
Via: Dzierzoniów (Reichenbach), Pieszyce (Peterswaldau), Rozciszow
(Steinseifersdorf), Lasocin, Wielka Sowa (top; 1015 m)

Het is zondagochtend en de wekker gaat vroeg, naast het bed dat uit de privécollectie van één van de eigenaren lijkt te komen -met de kleine stickertjes op het zwarte, metalen bedstel. Aan het hoofd- en voeteneind zitten spijlen, we passen er met onze lange lichamen nog maar net tussen. Rechts voor ons aan de muur, vlakbij de deur naar buiten en de deur naar de kleine badkamer, hangen een paar zwart-wit foto's van Marilyn Monroe in de stad. Uitstappend uit de auto. In een straat vol verkeer met opwaaiende jurk. Ingelijst. Ze hangen een beetje scheef.
Links van het bed een klein nisje met een stoel en ruimte om onze spullen neer te leggen. Verder bestaat de ruimte alleen uit een gangetje naar de buitendeur en loopruimte aan 2 zijden van het bed!
Ik ga op het bed staan, doe het raam open en bekijk de lucht. Net als gister: grijs. Maar droog.
We nemen een douche, ontbijten, pakken in en gaan naar het restaurant om te betalen en een taxi te laten bellen. Ook leggen we Anna, de vrouw van de eigenaar, in het Engels uit waar we heen willen. We willen ons een flink eind de heuvels in laten afzetten, zodat we direct mooi in het bos kunnen beginnen met de tocht zelf. Als de taxi arriveert, legt zij het aan hem uit én vertelt ze hem dat we nog even langs een pinautomaat willen. De komende weken zullen we merken hoe fijn het is dat zij onze tolk kan zijn! Er zijn weinig Engels- Duitssprekende mensen in de streek waar we zijn.
Met contant geld op zak arriveren we een klein half uur later bij de 'agroturystyca' in het minidorpje Lasocin. Zeg maar een ontmoetingsplek in de natuur voor de mensen uit de steden in het dal. Er zijn er vele van in Polen. Soms alleen met een afdak, vuurplaats en zitplaatsen zoals hier, soms ook met een restaurant erbij, heel af en toe met een complete camping, zoals Forteca waar wij de afgelopen 3 dagen geweest zijn.
We koersen op het dorp Walim vandaag via Wielka Sowa, een top van 1015 meter hoog. Vroeger ging er zelfs een lift naar
boven. Het is raar nu op weg te gaan, nu écht in de 'voetsporen van' te treden. Ik neem de omgeving in me op. Bos, bos en nog eens bos. Een mengeling van loof- en naaldbomen. Het is vroeg en vrij nat. Het ruikt heerlijk. Al snel verandert de asfaltweg in een onverharde weg en we komen borden tegen met informatie over de paddenstoelen (grzyby) die in dit gebied groeien. Hoe ze heten, welke eetbaar zijn (jadalne) en welke giftig (trujaco) en dat je geen van allen mag plukken, vertrappen om omknakken.
Hmmm tja, ik denk dat ik eekhoorntjesbrood herken op de plaatjes, maar hoe de andere heten... Dat het wel meevalt met de controles, óf dat de borden er wel staan, maar dat Polen inderdaad vaak hun eigen natuurwetten aanhouden zoals Dawid ons met klem verzekerde, wordt duidelijk wanneer we nog geen 5 minuten later de eerste plukkers tegenkomen. Ze zijn heuse stereotypen: wat oudere mensen, oude jassen, beetje onverzorgd, oude sportschoenen, vieze handen... maar ja, ze zijn dan ook wel aan het plukken. Dat doe je nu eenmaal niet in je zondagse pak. Toch past het mooi. De aanblik
van die mensen bij hun licht verboden daad die zo past bij het 'leven dicht bij de natuur'. Nou ja, dat is mijn beeld erbij. Je moet toch wel goede kennis hebben van die schimmels in ieder geval! Of ze echt dicht bij de natuur leven... hoe kom je erachter al communiceren zo lastig is. Ik kan nog wel duidelijk maken dat ik graag een foto zou maken van hun mand. De echte toerist -haha! Wij zijn ongetwijfeld minstens zulke stereotypen!
We lopen verder, passeren het eerste stroompje dat van boven, via het voetpad zijn weg naar beneden zoekt, stijgen en stijgen langzaam verder. Het blijft grijs en grauw weer. Het blijft koel, we vorderen snel. We passeren een mooi uitzichtpunt op het dal waar we uit komen. Er staan nog wel veel bomen, dus het is geen vrij uitzicht, maar zo tussen de wat kale naaldboomstammen door, kijken we uit in oostelijke richting. Pieszyce en Dzierzoniów kunnen we net niet zien, we zijn niet hoog genoeg om steiler naar beneden te kunnen kijken. Bovendien staan er bomen op de oostelijke helling die ons het zicht naar beneden een beetje ontnemen.
Rond het middaguur bereiken we de top. Er zijn
meerdere vuurplaatsen en ondanks het grauwe weer zijn er toch een aantal mensen. Er is zelfs een klein winkeltje waar we thee, instantkoffie en kleine koekjes kopen. Dan gaat het regenen. We duiken onder één van de schuildakjes en knopen gelijk een lunch aan ons verblijf hier vast.
Het is nog 5,2 km naar Walim waar we na een tocht door veel naaldbos bijna arriveren. Vlak voor Walim, maar net buiten het nationale park van het Uilengebergte, zoeken we een plekje om te kamperen. Daar waar het beekje de weg kruist staat een huisje waarvan we vermoeden dat het bedoeld is om de waterkwaliteit in de gaten te houden.
Het huisje is half ingegraven en via een steile zijweg kun je zo op het dak kijken. Het is geheel bedekt met gras, een mooi vlak stuk! Wildkampeerders op zoek naar een kampeerplek houden van vlakke stukjes grond! Je leert snel hoe je een kaart moet lezen om vermoedelijke rechte stukjes te vinden. Let op de hoogtelijnen: staan ze dicht bij elkaar? Te steil. Let op wegen: Zitten er haarspeldbochten in? Probeer het in een bocht. Let op de kleur: overgang van groen naar wit is het beste; overgang van bos naar weiland. Met een beetje geluk heb je nog mooi uitzicht ook! Dat laatste overkomt ons vandaag. Omdat het terreintje bij het huisje hermetisch afgesloten is, lopen we verder naar beneden, stroomafwaarts en proberen het even later links van de weg, aan de andere kant van het beekje.
De zon breekt door de wolken en we vinden een plekje aan de rand van het bos, aan de rand van een vrij
steil weiland. Uitzicht op het dal en de bergen aan de overkant. Erg mooi! Zeker nu de zon er is, het landschap zacht is na een grauwe dag en wij verwarmd worden. We halen wat boomstammetjes weg. Trappen gras hier en daar wat plat om te zien of er niet teveel hobbels zijn. Zetten de tent op en installeren ons om te gaan koken. Het is heerlijk nu. Het licht, het hoge gras, het uitzicht.
Dan opeens daar die man. We schrikken een beetje. Hij loopt halverwege het weiland en is zijn hond aan het uitlaten. Slik.
Hij kijkt even ons kant op, maar loopt gewoon door. Hij gaat kennelijk via een andere weg terug, wij zien hem niet meer terug. In de diepte onder ons ligt Walim, vanuit de huizen daar kan niemand ons hier zomaar zien.
Voordat we in de tent kruipen maken we nog een kort tripje het weiland in, onder de bomenrij door die 'ons' weiland scheidt van dat wat ernaast ligt. De zon is bijna onder nu, de warme zachte kleuren om ons heen veranderen in een meer donkere en minder contrastrijke omgeving. De tent lonkt, want warm.